12 Play Golf maakt gebruik van cookies. Wat betekent dit voor jou meer info Deze melding verbergen

Netwerk-golfers verpesten de sport

Gepubliceerd op: 12-01-2008

We gaan naar Ierland, omdat ik mijn wijsheid voor dit artikel mede ontleen aan het boek The Pope's Children van David McWilliams. Bovendien is het Ierse landschap, met veel glooiende groene heuvels, voor golf heel geschikt. Ten derde is Ierland een van de rijkste landen ter wereld, wat bij deze sport goed van pas komt. Ten vierde omdat het Ierse golfgebeuren een voorbeeld voor de hele wereld is.

McWilliams meldt, dat de contributie voor een chique golfclub in Dublin en omgeving de afgelopen vijftien jaar is gestegen van € 6.000 naar € 40.000. Het eerstgenoemde bedrag lijkt redelijk, want de onberispelijke grasvlakten van een golfbaan vragen nu eenmaal veel onderhoud. Golf is van oudsher voor rijke mensen - wat niet wegneemt dat zij deze sport met oprechte toewijding kunnen beoefenen.

Net als bij andere sporten spelen de beste golfers in een profcircuit, en komen regelmatig op televisie. Deze categorie sla ik over, want die verklaart volgens mij niet (volledig) de astronomische prijsstijging voor het lidmaatschap van een golfclub. Een prijsstijging die natuurlijk in de eerste plaats door vraag en aanbod wordt bepaald - zeker in een Angelsaksisch land als Ierland, waar dit marktmechanisme sterker werkt dan op het vasteland van Europa.

Nikkei Golf Membership Index

De econoom David McWilliams verblijdt ons met een duidelijke stelling: als het goed gaat met de economie, gaat het goed met de golfsport. Er is een levendige handel in lidmaatschappen van dure golfclubs, en banken lenen er geld voor uit. De Japanners hanteren zelfs hun Nikkei Golf Membership Index: een beurskoers voor de tarieven van vijf honderd vooraanstaande golfclubs over de hele wereld.

Dit brengt ons bij de mensen die hiervoor het geld hebben. Het zijn de grote jongens uit het bedrijfsleven, die de golfbaan gebruiken om in een ontspannen sfeer te netwerken. Om nieuwtjes en roddels uit te wisselen, en om er zaken te doen. Deze mensen laten zich met een privé-vliegtuig heen en weer naar, pakweg, Schotland vliegen om daar een middag te golfen.

Natuurlijk is er een pikorde: iemand uit de raad van bestuur van Philips zit niet op dezelfde golfclub als het hoofd personeelszaken van een aardappelfabriek uit Veendam. En ook houding, kleding en taalgebruik zijn aan ongeschreven wetten onderworpen: op een golfbaan horen bijvoorbeeld zachte pasteltinten, u kunt daar echt niet in een Feyenoord-shirt verschijnen.

Het komt er dus op neer dat de golfsport door deze vloedgolf van nieuwe leden wordt misbruikt: zij komen in de eerste plaats om te netwerken, en niet om te golfen. Zolang dit legaal gebeurt, is hier weinig tegenin te brengen.

McWilliams beschrijft zo'n typische netwerk-golfer. Hij is gladgeschoren, heeft zijn haar in een nette scheiding, en gedraagt zich beschaafd en bescheiden. Hij rijdt in een dure lease-auto van de zaak, en draagt uiteraard de voorgeschreven merkkleding.

Van binnen is hij bikkelhard en onbeschaafd. Als hij zijn tegenstander onder het motto van sportiviteit kan belazeren, dan doet hij dat gewoon. Zo beweegt hij expres wanneer zijn tegenstander in volle concentratie de bal slaat. Of laat de munten in zijn zak rinkelen. Of trekt expres het klitteband van zijn handschoen los. Kortom, hij werkt op de golfbaan met dezelfde kopklep-doelgerichtheid die hem zijn hoge positie in het bedrijf bezorgde. Het contrast met biljarters valt hier sterk op: zij zitten stil aan de kant wanneer hun tegenstander in volle concentratie de bal stoot.

Bron: Sportgeschiedenis.nl << ga een pagina terug